REISBLOG | GEORGIË & ARMENIË

Een 9-daagse fietstocht van Batumi naar Tblisi

2,5 WEEK VOOR VERTREK

Als ik op de kalender in mijn Outlook-agenda kijk is de paarse balk, die aangeeft wanneer ik naar Georgië ga, opeens nog maar 2,5 week verwijderd. Ik realiseer me dat het tijd wordt dat ik me ga focussen. Ik moet toch wel een beetje voorbereid aan de reis beginnen wil ik niet halverwege zonder materiaal, met pech of zonder GPS-track zitten. Er moet nog heel veel gebeuren. Te beginnen met de fiets. De Paasdagen ben ik van Nijmegen via de Maas naar Zuid-Limburg gefietst, vandaar overgestoken naar de Rijn en via deze rivier weer naar Nijmegen gerold. Een afstand van ongeveer 300-400 kilometer. Heerlijk in het voorjaarszonnetje. Ik merkte op die tocht echter dat de velg van mijn achterwiel wel erg hol begon aan te voelen. Tijd om die te laten vervangen!

Op die tocht heb ik ook geoefend met de nieuwe USB-werk van Busch en Müller. Continue stroomvoorziening op de fiets. Goed voor telefoon en GoPro! Dat experiment was geslaagd, maar ik moet nog wel wat verzinnen voor de montage van de GoPro op de fiets. Twee en een halve week is een hele tijd, maar ik moet ook nog werken en aandacht aan mijn gezin besteden, een Greenland peddel maken en de trap schilderen. Focus is nodig! To-do-lijstjes en paklijsten maken!

11 MEI 2019 - SCHIPHOL GATE D25

Om vijf uur gaat de wekker. Maartje en de kleine Lune brengen me naar Schiphol. Zoals altijd vind ik het nu ook spannend om via Schiphol te vliegen. De enormiteit en drukte van de luchthaven. Het onzekere gevoel dat het geprinte e-ticket me geeft. Is dit A4-tje met die willekeurig geplaatste tekstjes echt mijn ticket? De fiets die nog gedemonteerd en ingepakt moet worden. Gespannen rijd ik dan ook om tien voor zes ’s morgens van huis. Vlak voor de afslag Schiphol blijkt de A4 afgesloten. Damn! Goed dat we ruim in de tijd zitten, via Aalsmeer kom ik er ook. De VW Polo snort over de nog lege wegen rond de luchthaven. Achterin pruttelt Lune terwijl Maartje met de Google Maps-navigatie worstelt. Gelukkig kom ik hier weleens voor mijn werk en kan ik me redelijk oriënteren.

6.22 am – De auto is geparkeerd. Op naar vertrekhal 3 desk 29.
7.10 am – De fiets is gedemonteerd en in noppenfolie ingepakt.
7.36 am – In de rij voor de desks.
7.45 am – De desk gaat open.

Mijn plunjezak met 3 fietstassen (de vierde is tevens mijn dagrugzak) weegt toch nog een kleine 20 kg. Langzaam schuift hij weg op de band naast de grondstewardess. De ingepakte fiets krijgt een sticker en mag ik 30 meter verderop bij de odd-size luggage inleveren. No extra charges!

Een zoen voor Maartje en Lune. Tot over 2 weken. Zo jammer dat ik dit alleen doe. Met zijn tweeën is het prettiger. Zorgen en successen deel je en Maartje doseert mijn dagelijkse tomeloze ambities. Zonder haar stop ik minder en als ik stop pauzeer ik korter. Bovendien zit ik veel meer uren in het zadel als ik alleen fiets. Enfin, over 2 maanden fietsen we met zijn drieën in Noorwegen. Dat wordt vast ook een supertocht. We zullen van Oslo naar Bergen fietsen, over de Hardangervidda en door het fjordengebied. Voor die reis heb ik 4 bekendere fietsroutes aan elkaar geknoopt: de Numedalvegene, de Rallarvegen, de fjordenroute en een deel van de North Sea Cycle trail.

Soepel gaat het nu verder. Het is nog rustig op de luchthaven, ik hoef voor het scannen van boardingpas, handbagage en de paspoortcontrole steeds maar enkele minuten te wachten.

GATE D25

Om me heen een ratjetoe aan passagiers. De TUI-vlucht naar Antalya vertrekt net van deze gate. Jongeren in trainingsbroek met rolkoffers, hipsters met muts en tattoos en welgestelde 50+’ers, een reisgezelschap van 5 stellen, die er volgens mij om vragen gerold te worden. Een kaalgeschoren outdoortype die op een laptop zit te werken. Hij heeft er volgens mij ook zijn beroep van gemaakt, denk ik een tikkeltje jaloers. Het zal me benieuwen welke selectie met me naar Tblisi vliegt.

TBLISI - 11 MEI - 23.00 UUR LOKALE TIJD

Blaffende honden in de nacht. Het is zwoel en stil. Het Greenhouse hostel is een paar oplopende straten en een steeg verwijderd van de hectiek van het stadscentrum. Als ik aankom zit Alex op de veranda onder een grote walnotenboom. De jonge Georgische wijn die hij me schenkt smaakt krachtig en ongepolijst. “We don’t need Russian, talk English” reageert hij op mijn “dobre vece”. De relatie met de Russen is sinds de oorlog, een decennium terug, niet zo goed. Ik zit op een kruk en laat de rust en de wijn tot me doordringen. Ik ben er. De Kaukasus. Jaren terug werd het zaadje gelegd door Tolstoj, met het fantastische verhaal van de Russische officier Oljenin die ingekwartierd werd bij de kozakken aan de rivier de Terek. Het geromantiseerde idee van de Kaukasus en zijn bergbevolking hield de Russen van de 19e eeuw in hun greep en ook ik kwam, toen ik dat las, onder de betovering van dat beeld. De puurheid van het landleven, de eenvoud van de boerenbevolking en het leven in harmonie met de natuur. Bijna was Oljenin gezwicht voor de charmes van de dochter van zijn huisbaas, maar het liep anders. Hij keert terug naar Moskou en laat aan zijn vriend Jeroska, na talloze gezamenlijke jachtpartijen en drinkgelagen, een geweer.

De hoofdstad, Tblisi, is als een Feniks. Uit de as en het puin van het Sovjet-tijdperk herrijst vol levenskracht een nieuwe stad. Het trekt toeristen aan, de mix van de Oriënt met de Christelijke cultuur. Man en vrouw zijn gelijk, wezenlijk anders dan in Turkije waar mannen en vrouwen in parallelle werkelijkheden leven. ’s Avonds bruist het centrum van Tblisi, terrassen zitten vol, men lurkt aan de nargile, drank vloeit en vrouwenogen zoeken. Het licht is goud, muziek rolt door de steegjes, obers zoeken klandizie. Ik eet mijn vlees, drink mijn wijn en vind mezelf opnieuw terug.

Later in bed denk ik aan de volgende ochtend. Dan neem ik de trein naar Batumi aan de kust van de Zwarte zee. Daar begint de reis echt.

12 MEI - TBLISI

Ik sta vroeg op. Om vijf uur gaat de wekker en ik ontbijt snel met brood, eieren, kaas en koffie in de keuken die ook door Alex en Maia, de eigenaars, gebruikt wordt. Naast de keuken is een soort binnenkamer zonder ramen, maar met twee hoge openslaande deuren van versierd houtwerk. Daar slapen de Alex en Maia. De rest van het huis is voor gezamenlijk gebruik.

Volgens Alex en Maia gaat de trein om 8.00 uur. De fiets kan mee, maar moet ingepakt worden. Ik heb al mijn noppenfolie op het vliegveld achtergelaten gisteren en kan hem niet inpakken, dus het wordt een beetje een gok of ik meekan of niet. De fietstocht door de stille straten van de stad naar het station is heerlijk. De stad is groezelig. Gebouwen in diverse stadia van verval flankeren mijn pad. Maar de frisheid van de ochtend maskeert de treurigheid nagenoeg. Ik kom uit aan de verkeerde zijde van het station, maar kan oversteken via een brug die tevens een markthal is. Aan de andere kant stuiter ik met de fiets diverse vaste trappen af om in de ernaast gelegen betonnen shopping mall hetzelfde aantal trappen weer omhoog te moeten nemen. Maar nu zijn het roltrappen! Ergens op een tussenverdieping, tussen witgoed en kledingzaken, sta ik voor de desks van de Georgian Railways. Kafka is hier ook geweest, zij het niet met de fiets. De dame bij wie ik me meld zegt me een nummertje te trekken. Als vijf minuten later de desks open gaan meld ik me met dat nummertje bij dezelfde dame. Mijn paspoort wordt minutieus overgeschreven op het ticket. De fiets kan mee voor 5 lari. Over inpakken van de fiets wordt niet gesproken.

Ik rol met mijn volgeladen fiets alle trappen weer af en vervoeg me op het perron waar om half 8 een hypermoderne trein binnenrolt. Iedereen stelt zich op in een rij voor de conducteur. Het gezelschap bestaat voornamelijk uit Russen met rolkoffers die hun strandvakantie in Batumi gaan doorbrengen. Het paspoort en de tickets worden nauwgezet gecontroleerd. De conducteur kijkt naar mijn fiets. Wat doen we met de fiets? Mijn conducteur roept een collega: “Gdje velocipjed?” De collega weet het ook niet en dan volgt een tactiek met bewezen effect. Het probleem wordt domweg genegeerd. Ik kan instappen. Binnen leg ik mijn fietstassen op een stapel Russische rolkoffers en keten mijn fiets aan de traplift.

Het spoor volgt de meest eenvoudige weg. We volgen de Mtvkari rivier tot op de waterscheiding, ongeveer halverwege de kust. Deze bereiken we na 2 uur. Nu volgt een uurtje stapvoets rijden door een bergachtig en ongelofelijk groen gebied. Bergbeken kruisen het spoor en buiten het raam bloeien margrieten, klaprozen en grasklokjes. Na de waterscheiding volgen we een andere rivier tot aan de kust. Rechts uit het raam zie ik de toppen van de hoge Kaukasus, links de wel erg besneeuwde toppen van de lage Kaukasus. Daar ligt de route die ik morgen neem.

12 MEI - BATUMI

Ik heb voor mezelf gekookt in de keuken van het guesthouse. Een vier verdiepingen hoog pand waar continu aan verbouwd wordt. Als ik vanaf het balkon om me heen kijk zie ik overal bouwactiviteiten. De Georgiërs zijn een ijverig volkje en zien duidelijk genoeg kansen om een extra kamer of verdieping op hun huis te zetten. Elektra en riolering wordt provisorisch aan de buitenkant naar de nieuwbouw gehangen, waarbij het regelmatig gebeurd dat een pvc-rioleringspijp voor het raam van de benedenburen langs loopt. Beneden op de binnenplaats kijken 5 mensen toe hoe er twee een muur metselen. Gewoon op het oog recht. De muur die ontstaat valt nauwelijks op tussen de schuurtjes met golfplaten daken, het opschietende onkruid en de stapels zand en stenen die als bouwmateriaal dienen.

Op de begane grond van het guesthouse bevindt zich de keuken, tevens zitkamer van een aantal dames op leeftijd die in onduidelijk familieverband leven met de eigenaars: een bescheiden Russische blondine met twee kinderen en een stille donkere Georgische man. In de keuken kijken de matrones op leeftijd, gezeten op plastic tuinstoelen en een divan met plaid, toe hoe ik kook en ik hoor hoe ze mijn activiteiten bespreken terwijl de andere helft van hun aandacht gericht is op een reusachtig beeldscherm.

Macaroni, eieren en kaas. Salade van tomaat, komkommer, kaas en knoflook en daarbij 60 cl wijn getapt uit plastic PET-flessen bij de groenteboer op de hoek. De wijn is ook nu jong en koppig als de natie zelf.

13 MEI - OP WEG NAAR KHULO

Ik zit op een muurtje langs de weg in de schaduw van een eikenbosje. De koekoek roept verderop in het dal. Minibusjes (marshrutka’s) rollen langs, afgeladen met mensen en hun boodschappen. Het eerste deel vanaf Batumi tot aan Shuakhevi liep de weg geleidelijk op. De drukte van de stad maakte plaats voor de natuur. Het dal van de rivier biedt ruimte aan kleine dorpjes waar de bevolking van de landbouw leeft. De weg zorgt voor de mogelijkheid van transport van de landbouwproducten naar de stad. In de andere richting, heuvelop, kermen dieselbrakende Sovjet-trucks zich een weg omhoog. Geladen met bouwmaterialen voor de hotels die in de ski-oorden verrijzen. Omhoog naar de Goderzi-pas. Ik moet er nog inkomen, het klimmen gaat zwaar en het is erg warm. De vlucht en treinreis en alle indrukken hebben me vermoeid en dat werkt op mijn gemoed. Rustig aan maar en tijdig pauzeren is de beste strategie.

In Shuakhevi probeerde ik met de hoteleigenaar te overleggen over een mogelijke overnachting met een groep in 2020. Maar zelfs met Google Translate kwamen we er niet uit. Uiteindelijk verwees hij me naar booking.com, maar ook daar was het hotel niet te vinden. Door naar Khulo dus, 30 kilometer verderop na een pittige klim. Hotel Toma is het eerste en beste hotel dat ik zie. Als ik mijn fiets voor de deur parkeer komt de uitbaatster al enthousiast naar buiten. Het hotel is een fantasieloos blokkig gebouw met kunststof kozijnen en een rood golfplaten dak. Als ik met haar de naar binnen loop zit de familie aan tafel. Het meubilair bestaat uit een plastic tuinset en de ruimte wordt geflankeerd door een bar en gedomineerd door kookluchten. Achterin zijn kleine door manshoge schotten afgeschermde ruimtes met elk een eigen tafel. In de gelagkamer en receptie betaal ik 50 lari voor een kamer met twee bedden. Op de verdieping met kamers bevindt zich ook de gemeenschappelijke badkamer en toilet met gebruiksaanwijzing. Om door te trekken moet er ergens in de stortbak een vlotter ingeduwd worden, laat de hotelier zien. In het vlakbij gelegen dorp vind ik een allegaartje aan piepkleine supermarktjes die allemaal hetzelfde verkopen. De restaurants zijn al jaren dicht, alleen de cafe’s zijn open. Op het pleintje waar de winkeltjes omheen gesitueerd zijn staan wat taxi’s en heel veel mannen te wachten op niets.

YouTube: Dag 1 – Batumi – Khulo

14 MEI - DANISPRAULI

Ik zit op een rotsblok in de ochtendzon. Links van me zie ik, als ik ga staan, met sneeuw bedekte toppen rondom de Goderdzi-pas. Rechts kijk ik het dal in van waar ik vanochtend en gisteren ben opgeklommen. Een koekoek roept en vliegen zoemen. Vlinders drinken nectar van de gele paardenbloemen in de wei naast me. Verderop, onzichtbaar ruist de rivier.

Het was 30 kilometer zwaar klimwerk over een enorm slechte weg. Zelfs voor de vrachtwagens was hij te zwaar, wat mij een rustige ochtend gaf. Enkel de overladen marshrutka’s met Poolse of Duitse bedrijfsreclame op de zijwanden rijden hier nog. De weg vol kuilen diende op stukken ook als de bedding voor de rivier. Sneeuw verscheen en op de top reed ik tussen 1,5 meter hoge wallen van oude sneeuw door. Na de pas, toen het pad zich weer omlaag boog, werd het er niet beter op. Riviertjes stroomden over de weg en erodeerden het pad nog wat verder dan het al was. Aan weerszijden van het pad staan ongeschilderde houten datsja’s op de alpenweiden, hun blikken daken schitterend in de zon.

Pas 20 kilometer na de pas, in Adigeni fietste ik weer op asfalt en dat hield aan tot Akhaltsikhe 30 kilometer verderop en een stuk lager, want deze 30 kilometer waren non-stop downhill. Wat een genot om soepel omlaag te suizen in plaats van de continu door elkaar gerammeld worden op de stenige bergwegen.

YouTube: Dag 2 – Goderdzi-pas

15 MEI - VARDZIA

Vanuit Akhalstikhe loopt de asfaltweg door een paradijselijk landschap. Groene glooiingen worden afgewisseld met diepe rotskloven waardoor de rivier zich een weg door de aarde heeft geslepen. Er is hier zoveel ruimte. Kilometerslang kom ik geen dorpjes tegen. 40 kilometer na Akhalstikhe neem ik de afslag. Bewaakt door een oud fort, naar Vardzia, de grottenstad. Het landschap wordt nog dramatischer. De rivier stort zich omlaag in bruingroene kloven, waar ik vanaf de hoog gelegen weg op neerkijk. In de rotsen aan weerszijden van de kloof verschijnen vierkante venstergaten. Het hele dal is vergeven van de rotswoningen. Aan het einde van de weg ligt het toeristisch goed geëxploiteerde Vardzia. De geur van shaslik gedragen op dreunende muziek komt me tegemoet. Touringcars en taxi’s rijden af en aan om hun pakketten menselijk vlees te droppen. Een verplicht uurtje door de grotten en dan consumeren geblazen. Zelf laat ik de grotten aan me voorbijgaan. Ik koop ik twee halve liters en drink die net naast het terras aan de rivier. Een half uur later vertrek ik om mijn heil elders te zoeken, een rustig plekje langs de rivier even verderop.

YouTube: Dag 3 – Akhaltsikhe – Vardzia

16 MEI - LAKE ARPI (ARMENIË)

Ik zit in een oorverdovende stilte aan de oever van het Arpi-meer. Aan de overkant weerspiegelen zich groene heuvels met sneeuwvlekken in het wateroppervlak. Insecten dwarrelen door de lucht en de hengel van een visser verderop maakt een zoevend geluid als hij hem uitwerpt. Aan zijn voeten ligt een fuik met talloze handgrote visjes. Hij haalt de ene vis na de andere binnen. Ook ik zie langs de oever talloze rugvinnetjes scharrelen tussen de waterplanten. Naast me in het gras staat een biertje en de zon brand op mijn blote rug en voeten. Ik laat de dag nog eens aan mij voorbijgaan.

Het begon vandaag met een fikse klim uit de kloof bij Vardzia. Een uur lang vergoot ik liters zweet op een gruispad dat zigzaggend tegen de kloofwand omhoogklom. Nog twee haarspeldbochten en dan ben ik boven gaat het door mijn hoofd als ik de bocht om ga. Dan zie ik dat over een lengte van 50 meter het pad versperd is door een aardverschuiving. Rotsblokken van een halve tot twee meter doorsnede liggen in een chaotische massa op het pad. Dat wordt klauteren, denk ik terwijl ik mijn fiets aflaad. Deels over de blokken en deels op de schuine helling eronder pendel ik met mijn fiets en later met mijn tassen heen en weer. Dat de blokken niet allemaal vastliggen merk ik als ik met de fiets op mijn schouders mijn voet op een blok zet dat wegrolt onder mijn gewicht. Ik val frontaal voorover. De wielen van de fiets breken de val en mijn hoofd dat door het frame gestoken is heeft geen schrammetje. Ik bedank mijn beschermengel!

Uit de kloof en op de vlakte waan ik me in Mongolië. Golvende grasvlakten, een klein dorpje en loslopende paarden. Het zandpad dat me uiteindelijk op de asfaltweg naar de grens moet brengen, voert me kilometerslang door dit paradijs van ruimte en licht. Uren later op de weg naar de Armeense grens is het wel wat anders. Deze is of aan onderhoud toe of wordt gerepareerd. Gruis met af en toe asfalt, zigzaggende vrachtwagens, Sovjet-trucks, dure fourwheeldrives en Lada’s vechten om ruimte in een hel van stof. Gelukkig heb ik maar een smal strookje nodig.

De grens met Armenië is er een van protocollen. In drie fases worden de passanten doorgelicht. De eerste bestaat uit een douanier die uitgebreid de stempels in mijn paspoort bestudeerde. Met zijn nagel probeerde hij of hij mijn pasfoto los kon wurmen. Toen hij klaar was met deze papieren zelfbevrediging mocht ik naar fase twee. Alle bagage moet door het scanapparaat. Dus alles afladen en 10 minuten later weer opladen. Gelukkig hoeven de tassen waarin vuil wasgoed, etenswaren, foto-apparatuur en de onderdelen van de benzinebrander door elkaar liggen niet open. En dan fase drie, de laatste slagboom, bemand door een douanier die ook weer je paspoort wil zien. En dit alles onder het welwillende “Welcome in Armenia”. Ik kon er de toegevoegde waarde niet van inzien.

Maar Armenië is fantastisch. In de dorpen zijn de kinderen enthousiast als ze een fietser zien en ook de ouderen zijn vrolijker dan de Georgiërs tot nog toe waren. Een nu zit ik hier aan de oever van een prachtig meer. Ik hoor wel tien veldleeuweriken en in de verte blaft een dorpshond. Wat een rust.

YouTube: Dag 4 – Vardzia – Lake Arpi

17 MEI - VANADZOR

Vanaf de kampeerplaats bij Lake Arpi ga ik eerst steil omhoog en vervolgens heel lang sterk omlaag over een kasseienpad. De auto’s die ik tegenkom zijn Lada’s, Wolga’s of oude legervoertuigen en vrachtwagens met vee. Uren dwaal ik door de heuvels. De absolute stilte en de enorme uitgestrektheid van het land brengen mijn geest tot rust. Hier kun je alleen maar stil zijn en luisteren naar de leeuweriken of kabbelende waterstroompjes. Na een paar uur in dit niets rondgefietst te hebben kom ik in Gyumri aan. De tweede stad van Armenië. Slecht onderhouden Sovjet-appartementencomplexen worden geflankeerd door explosies van de nieuwe economie. Blinkende spiegelpaleizen, showrooms en winkelpanden. De oude Sovjet-architectuur bestaat uit monstrueuze panden overwoekerd met kleinschalige bedrijvigheid. Winkeltjes van maximaal 4 vierkante meter die allemaal hetzelfde allegaartje aan huishoudelijke producten verkopen.

Elke richtingaanduiding ontbreekt in de stad. Iedereen is blijkbaar bekend met het rechthoekige stratenpatroon en de paar pleinen en rotondes. Als ik even twijfel wat de weg naar Vanadzor is helpt een voorbijganger me uit de brand. Vanuit Gyumri ga ik eerst over een pas die het Bazumi-gebergte met het Pambaki-gebergte verbindt. Daarna daal ik kilometerslang af. Wat een genot. Met een vaartje van 35 kilometer per uur suis ik omlaag. Vlak voor Spitak stuit ik opeens op een tunnel. Mijn licht doet het niet, dus vraag ik de eerste beste auto of ze in de tunnel achter me willen blijven rijden als een soort veiligheidsbuffer. Mijn Russisch is echter nog niet goed genoeg en het gezin kijkt me verbaasd aan. Ik weet niet wat ik ze wel gevraagd heb. Dan maar met de Petzl op mijn hoofd het donkere gat in. Maar al na 50 meter zie ik geen hand voor ogen. Dit is redelijk gevaarlijk realiseer ik me. Twee auto’s passeren me zonder me te raken. Ik vermoed dat ze me nauwelijks hebben gezien. Naast de weg ligt een betonnen stoep van 50 cm hoog en dito breed. Ik hijs mijn volbeladen fiets omhoog en loop in deze veiligheidszone verder. Een kwartier later sta ik weer buiten en realiseer me dat ik in de tunnel mijn zonnebril nog op had. Geen wonder dat het er zo donker was.

18 MEI - VANADZOR

Vanadzor is een rationeel opgezette stad met gebouwen die niet ontworpen lijken te zijn voor de functies die ze momenteel vervullen. Ook hier worden de grote gebouwen met schotten opgedeeld in kleinere winkelruimten. Zoals overal in klein Azië zijn ook hier de winkeltjes gerangschikt naar de producten die ze verkopen. Zo tref je tien winkels op rij die alleen maar schoenen verkopen. Ook de groente- en fruithandel heeft zijn eigen kwartier. Dezelfde producten voor dezelfde prijzen. Werk voor veel mensen met allemaal een kleine marge. De keten tussen producent en klant is superkort. Geen tussenhandel die enorme percentages opstrijkt en de werkgelegenheid decimeert.

In Armenië zijn de verschillen tussen arm en rijk groter dan in Georgië. Op het Armeense platteland zie je bouwvallen waarvan je niet verwacht dat er mensen wonen, tot je buiten aan een ijzerdraad wat kleding te drogen ziet hangen. In de steden Yerevan en Gyumri wordt ondertussen fiks geïnvesteerd met Chinees en Russisch geld. Georgië moet niets van Russisch en Chinees geld hebben, ze richten hun ogen op Europa en de VS, die miljoenen dollars het land in pompen. Politiek is Georgië een slangenkuil. De verschillende regio’s met meer of minder autonomie, de constante inmenging van de Russen en de nationalistische groeperingen maken het besturen van Georgië een politieke acrobatentour. Armenië kende dit voorjaar een fluwelen revolutie, maar nu al klinken stemmen op voor een meer krachtige leider om de oude machtsblokken te doorbreken en aan de corruptie een eind te maken.

Het zal dus in beide landen nog wel even duren voor de gewone man erop vooruit gaat. Voorlopig zijn ze nog een speelbal voor de politiek als ze het niet te druk hebben met overleven.

Een tweede taak die ik naast het bezichtigen van Vanadzor op me heb genomen is het demonteren en opnieuw aansluiten van de USB-werk van Busch en Müller. Op cruciale momenten laat deze het afweten, zoals gisteren in de tunnel. Dan heb ik dus geen licht en kunnen ook de GoPro en telefoon niet opladen. Nu heb ik alles weer aangesloten en lijkt het te werken.

19 MEI - LAKE SEVAN

De oever van het grootste meer van Armenië bestaat uit een wal van twee tot drie meter hoog, bestaande uit zand, gruis en rotsblokken. Bovenop is de wal begroeid met gras en in mijn geval dennenbos. Tussen deze dennen staan zeecontainers waarin provisorisch ramen en deuren zijn aangebracht en skeletten van hout, waarover canvas of zeildoek getrokken kan worden ter beschutting voor zon en regen. Mijn tent staat ertussen en ik kijk uit over het azuurblauwe meer. Van oorsprong een drukke recreatiebestemming voor de Armeniërs, maar tegenwoordig gaat men liever naar de kust van de Zwarte zee. Het Sevanmeer ligt er verlaten bij en de hotels en casino’s zijn nooit afgebouwd en vervallen alweer tot ruïnes. Er lopen hier drie zwerfhonden en drie paarden. Ik heb inmiddels geleerd de honden niets te geven, anders worden ze erg opdringerig. De paarden niet, maar die geef ik ook niets. Armeense paddenstoelenverkopers op de weg van Dilian naar Sevan gaven mij wel iets. Brood, groenten en wodka, gezeten tussen grote cementkuipen waar in water kilo’s oesterzwammen dreven. Dat was vanmorgen om 11.00 uur. Maar ik moet zeggen, ik klom er goed op. De eindeloze klim naar de pas ging soepel voorbij. Ik heb er toch maar geen fles van gekocht. Na de wijn in Vanadzor leek het me beter een paar dagen op koffie en thee en water te leven. Dat laatste komt overigens voornamelijk uit de lucht. De buien waren over het meer al van verre aan te zien komen. Ik ging er eerst vanuit dat ze aan de overkant voorbij zouden trekken, maar inmiddels staat de tent enorm te schudden van de windvlagen en ik ruik de regen al.

YouTube: Dag 7 – Vanadzor – Lake Sevan

20 MEI - LAKE SEVAN - TSAGKHAVAN

Omhoog fietsend uit de algehele treurigheid van vervallen toeristische voorzieningen van Lake Sevan knapte mijn humeur in de eindeloos groene heuvels van Gegharkunik al snel op. Fris zuiver groen en klaterende bergbeken strelen de zintuigen na de overdaad aan beton, zwerfvuil en zwerfdieren. Bijzonder hoe mijn humeur daardoor beïnvloed wordt. Ondanks de loodgrijze wolkenmassa die zich achter me boven het meer ontwikkelt, fluit ik een vrolijk deuntje als de adem dat toestaat. Na de Kamir-pas (2176 meter) kom ik in Chambarak waar ik wat levensvoorraad insla. Door naar Ttujur, want als de flow goed is moet je die benutten. In Ttujur sla ik af, verder omhoog richting de Ttujia-pas. Weer eindeloos klimmen, wat een genot. Het lichaam blijft maar endorfine aanmaken. Halverwege staat er een kanon in het veld, de hele weg omhoog had ik eenvoudig van mijn fiets geschoten kunnen worden, was ik hier 20 jaar terug geweest en had ik een Azerbeidjaans uniform gedragen. Na de pas loopt het pad evenwijdig aan de bergrug en slingert zich van beekdal naar schouder en weer omlaag naar het volgende beekdal. Op een van die schouders staat een stenen hut met golfplaten dak. Op het dak liggen rotsblokken om de platen ook bij wind op hun plek te houden. Voor het hutje staat een boerin in wel heel veel lagen kleding te roepen en gebaren dat ik toch echt moet stoppen voor koffie. Dat is niet tegen dovemansoren gezegd en ik leg mijn fiets op de oprit. Ook manlief moet haar hebben horen roepen, want met zijn vermogen belegd in zijn gouden gebit maakt ook hij zijn opwachting voor de koffie. Met zijn drieën nemen we plaats in het hutje. Tegen de twee muren staan sofa’s met rollen beddengoed. Onder het enige raam een tafel en twee stoelen waarvan ik er op één zit. In de hoek een rokende kachel. Op tafel verschijnen een wit emaillen bord met partjes appel, brood, een klein kopje Turkse koffie en een bruine glazen fles met wodka. Vanonder de tafel, uit een zinken emmer afgedekt met een smoezelige theedoek, werd verse yoghurt geserveerd. Manlief houdt vanuit de deuropening zijn vee in de gaten dat op de berghelling ertegenover graast. Een half uurtje genieten we van een handen- en voetengesprek bij de koffie.

Voldaan bedank ik mijn gastheer en -vrouw en stap weer op de fiets. Nog geen kilometer verder word ik weer toegeroepen door een boer die in het gras naast de weg met zijn 11-uurtje bezig was. Ik ga weer in op de uitnodiging en brunch dit keer op brood, kaas, gebakken macaroni met vlees en couscous en nog meer wodka. Maar al die wodka’s voor de lunch vind ik op een gegeven moment wel mooi en hop, daar spring ik weer op de fiets en vervolg mijn weg door het ruige landschap. Voelde me een echte avonturier. Het pad begint nu meer te dalen en ik nader het dorpje Ilsakar. Nu heb ik de keuze: rechtsaf op asfalt en omhoog, of linksaf onverhard en omlaag naar op wat op de kaart een dun wit lijntje langs een beek is. Beide opties eindigen in Tsagkhavan. Het dunne lijntje lijkt me veel aantrekkelijker en ik rol linksaf over de gruis- en zandweg door het dorp naar het rivierdal. Kilometerslang rijd ik over dit onverharde bospad en ik besluit dat terug omhoog echt geen optie meer was, wat ik ook tegen kom. In het dal bij een alleraardigst stenen bruggetje begint mijn witte lijntje. De pret begint ook. Eigenlijk is het een koeienpad, diepe plassen en modderpoelen maken het fietsen soms onmogelijk. Overwoekerd door bramen vecht het pad zich een weg door de kloof die het deelt met de rivier. Mijn zweet stroomt omlaag, de modder spat omhoog en de bramen maken horizontale striemen, een fraai palet. Na een uur de Cameltrophy te hebben nagespeeld kom ik bij een elektrisch gemaal waar 3 mannen me uiterst verbaasd aankijken. Pas na vijf minuten vragen stellen herinneren ze zich de gouden regels van de gastvrijheid en bieden me wat te eten aan. Dit keer godzijdank geen wodka, maar brood, yoghurt en vruchten op siroop.

Op weg naar het dorp Tsagkhavan doorwaad ik voor de laatste keer de rivier en vindt na het dorp een plek in een soort paviljoen annex picknickplaats, net als een enorme hagelbui losbarst. Na de bui begint de nachtegaal met een concert van heb ik jou daar. Blijkbaar werkt dat aanstekelijk want er stopt een Lada waaruit door een stel tieners twee enorme geluidsboxen worden geladen. En een nachtegaal en een popconcert wordt me wat te gortig dus voor mij is het tijd om elders een slaapplek te zoeken.

YouTube: Dag 8 – Sevan – Grensgebied Azerbeidjan

21 MEI - TSAGKHAVAN - JUJEVAN

Mensen zijn net mieren. Druk met het verslepen van allerlei dingen en met het verslepen van elkaar. Er is druk verkeer op de M16. Vrachtauto’s, Wolga’s en Lada’s, maar ook Porsches, een Ford Mustang en vele Nissan X-Trails. Je kunt merken dat we geleidelijk dichter bij Tblisi komen. De welvaart neemt toe. Tblisi ligt maar 100 kilometer verderop. Een flinke dag fietsen als de hoogtemeters meevallen. Die vielen vandaag wat tegen. De heuvels van Armenië liggen qua richting loodrecht op de grens met Azerbeidjan gesitueerd. De weg loopt parallel aan die grens, wat betekent dat ik van berg naar rivierdal fiets in een eindeloze sequentie van klimmen en dalen. Stiekem kijk ik echter naar de witte weggetjes op de kaart. Er is voldoende onontdekt gebied om nog een keer terug te komen. Maar dan wel met een mountainbike. Het enige dat ik aan mijn fiets miste waren brede banden en schijfremmen. Zeker als ik meer onverhard ga zal ik die hard nodig hebben. Eind van de dag zit ik weer in een soort paviljoen en eet gezouten vlees waarbij ik een wodka drink. Do as the Russians! Voor me op tafel staat de afwas van de noodles die ik zojuist verorberd heb, een kaartenset van Georgië en Armenië, mijn brillendoos en mijn Noorse Brusletto-mes. Straks staat er pasta op het menu, met wat ik in de lilliputter winkeltjes naast alcohol kon vinden. Maïs, yoghurt en knoflook. Ik denk dat dat een uitstekende maaltijd vormt. Rechts over de balustrade hangt mijn GoreTex-jas uit te wasemen en staan mijn Paladiums te drogen. Mijn telefoon laadt op aan het stopcontact dat elk paviljoen bezit.

Ai, weer komt er een Lada aan rijden. Vier mannen laden brandhout, vlees, groente en drank uit. De autoradio lanceert Armeense muziek de stilte in en ik heb echt geen schijn van kans mijn eigen potje te koken.

22 MEI - JUJEVAN - TBLISI

De ruimte wordt al snel in beslag genomen door de vier heren. De tafel overstroomt van de meegebrachte groenten en PET-flessen met wodka, wijn en bier. Het hout werd klein gehakt voor de barbecue, enorme brokken vlees werden aan sashlikpennen zo groot als degens geregen en gesneden groente werd in een plastic zak gehusseld met zout tot salade. Andere auto’s kwamen aanrijden en het feest kon beginnen. Ik toost en eet mee, overweldigd door de energie waarmee alles wordt aangepakt. De zes Armenen schreeuwen tegen elkaar en tegen mij. Af en toe versta ik een woord. Er wordt veel getoost. Een uiterst serieuze bezigheid waarbij steeds een ander een lange speech houdt en de groep aandachtig zit te luisteren en instemming en respect betuigd. Ik toost ook, in het Nederlands weliswaar, mijn Russisch is nog niet goed genoeg. Op een gegeven moment arriveert ook de enige vrouw in het gezelschap, die gemoedelijk ieders arm om zich heen laat leggen. De muziek wordt harder gezet, mannen zingen mee en het dansen neemt een aanvang. De wodka blijf maar stromen en het gesprek gaat alleen nog maar over vrouwen. Als het pikdonker is en de mannen een voor een vertrekken, druip ik ook af. 100 meter verderop zet ik mijn tent op naast het pad, maar wel achter een boom, zodat de mannen in hun benevelde toestand niet over mijn tent heen zullen rijden als ze naar huis gaan.

De volgende ochtend duurt het even voor ik op gang kom. De loodzware dag van gisteren zit nog in mijn benen en de avond in mijn hoofd. Mijn hoofd knapte aanzienlijk op zodra mijn benen op de pedalen aan het werk gingen. Mijn benen vertelden me echter dat ze nu toch wel aan hun taks zaten. Gelukkig was de honderd kilometer naar Tblisi veelal downhill want elke meter omhoog was een aanslag op de knieën, hamstrings, billen en onderrug. Na de grens wordt de hoofdweg naar Tblisi redelijk avontuurlijk. Het verkeer, zowel tegemoetkomend als achteropkomend neemt de ruimte die het nodig heeft. Als er genoeg ruimte is ben je als fietser veilig, maar zodra het krap wordt ben je de eerste die de berm in moet. Ik ontwikkel de volgende strategie. Als ik achter me een vrachtauto hoor naderen kijk ik of er tegemoetkomend verkeer is. Zo niet dan weet ik dat hij om me heen kan. Als er wel tegemoetkomend verkeer is duik ik zo snel ik kan de berm in, zonder ook maar eenmaal achterom te kijken. Het tegemoet komend verkeer haalt elkaar veelvuldig in. Als ze me zien nemen ze meestal wel de moeite me met knipperende lichten te waarschuwen voor ze me de berm in jagen. Dat is erg aardig. Toch besluit ik de volgende keer niet deze route naar Tblisi te nemen. Russisch roulette spelen heeft niet mijn voorkeur als er een enigszins acceptabel alternatief is.

YouTube: Dag 9 – Grensgebied Azerbeidjan – Tblisi